Maatschappelijk Informeel (INFO) - A2

Voor wie?

Voor jongeren (16+) of volwassenen (18+) die willen functioneren in informele, alledaagse situaties.

Hoe wordt er getoetst?

Toetst alle vaardigheden apart: luisteren, lezen, schrijven, spreken en gesprekken voeren.

Uw certificaat

Een Certificaat Nederlands als Vreemde Taal schept kansen:

  • vrijstelling voor het luik ‘Nederlands’ van het Nederlandse inburgeringsexamen;
  • een plus op uw cv.
Meer info

Wat is de inhoud van het examen?

Dit examen bestaat uit situaties uit de persoonlijke levenssfeer, zoals persoonlijke boodschappen lezen, informatie uit een folder halen, persoonlijke interesses toelichten enzovoort.

Lezen

Dit moet u kunnen:

  • globaal begrijpen van korte, alledaagse teksten;
  • specifieke informatie selecteren uit een korte, alledaagse tekst (specifieke informatie opzoeken op basis van vooraf gestelde vragen);
  • korte, alledaagse teksten en informatie tot in detail begrijpen.

Voorbeelden: instructie of waarschuwing, persoonlijke brieven, aankondigingen, bladen, eenvoudige tijdschriften, advertenties, formulieren, korte verhalen, prospectusbrochure, menukaart, catalogus …

De input

Thema en context (onderwerp)
  • alledaagse, concrete en vertrouwde onderwerpen uit het persoonlijke domein
  • persoonlijke en elementaire standaard correspondentie
  • eenvoudig alledaags materiaal
  • eenvoudige instructies, regels en bepalingen
Lengte en indeling leesteksten
  • korte teksten
  • helder van structuur en visueel ondersteund
Taalgebruik
  • korte, eenvoudige reeks frasen, als lijst met elkaar verbonden
  • elementaire communicatiebehoeftes.
  • beperkt repertoire en register
Structuur, samenhang en lengte
  • korte teksten met duidelijke structuur die het lezen (visueel) ondersteunt
Woordenschat en taalvariëteit
  • hoogfrequente woorden en veelgebruikte alledaagse taal
  • beperkt repertoire voor concrete alledaagse behoeften
  • standaardtaal
Grammatica
  • voornamelijk korte zinnen van een eenvoudige syntactische structuur
  • duidelijk gestructureerde zinnen
Naar boven

Luisteren

Dit moet u kunnen:

  • globaal begrijpen in eenvoudige luisterteksten en gesprekken;
  • specifieke informatie selecteren uit een korte en duidelijke luistertekst (specifieke informatie opzoeken op basis van vooraf gestelde vragen);
  • korte luisterteksten tot in detail begrijpen.

Voorbeelden: instructie of waarschuwing, persoonlijke brieven, aankondigingen, bladen, eenvoudige tijdschriften, advertenties, formulieren, korte verhalen, prospectusbrochure, menukaart, catalogus, gebruiksaanwijzingen betaalautomaat, documenten van de gemeente of verzekering, correspondentie, instructies, mededelingen, krantenartikel …

De input

Thema en context (onderwerp)
  • alledaagse, concrete en vertrouwde onderwerpen uit het persoonlijke domein
Tempo en articulatie
  • helder en zorgvuldig aan de luisteraar aangepaste standaardtaal
  • langzaam tempo
Lengte en indeling leesteksten
  • korte teksten
  • helder van structuur en visueel ondersteund
Taalgebruik
  • korte, eenvoudige reeks frasen, als lijst met elkaar verbonden
  • elementaire communicatiebehoeftes.
  • beperkt repertoire en register
Structuur, samenhang en lengte
  • Korte teksten met duidelijke structuur die het luisteren ondersteunt
Woordenschat en taalvariëteit
  • hoogfrequente woorden en veelgebruikte alledaagse taal
  • beperkt repertoire voor concrete alledaagse behoeften
  • standaardtaal
Grammatica
  • voornamelijk korte zinnen van een eenvoudige syntactische structuur
  • duidelijk gestructureerde zinnen
Naar boven

Schrijven

Dit moet u kunnen:

  • relevante informatie, ervaringen, meningen en gevoelens weergeven (op basis van visuele input);
  • eenvoudige persoonlijke frasen (persoonlijke teksten, ervaringen, meningen, gevoelens en vragen) zelf schrijven.

Voorbeelden: ansichtkaart, agenda, formulier invullen, uitnodiging, bedankbrief, biografieën, korte notitie, om informatie vragen, mededeling ...

De output

  • Beschikt over voldoende woorden om primaire levensbehoeften te vervullen. Beschikt over een beperkt repertoire om te voorzien in concrete alledaagse situaties in een informele context.
  • Gebruikt eenvoudige constructies correct, maar maakt stelselmatig elementaire fouten.
  • Schrijft fonetisch redelijk correct (maar niet noodzakelijkerwijs helemaal in de standaardspelling). Het is over het algemeen duidelijk wat er bedoeld wordt.
  • Vertelt een verhaal ook al is het een simpele opsomming van punten, maar niet noodzakelijkerwijs verbonden door verwijswoorden, voegwoorden of rangtelwoorden.
Naar boven

Spreken

Dit moet u kunnen:

  • relevante informatie, ervaringen, meningen en gevoelens weergeven (op basis van visuele input),
  • eenvoudige persoonlijke frasen (persoonlijke teksten, ervaringen, meningen, gevoelens en vragen) zelf formuleren.

Voorbeelden: zichzelf voorstellen, beschrijving van hobby, dromen beschrijven, op eenvoudige vragen kunnen reageren ....

De output

  • Beschikt over voldoende woorden om primaire levensbehoeften te vervullen. Beschikt over een beperkt repertoire om te voorzien in concrete alledaagse situaties in een informele context.
  • Gebruikt eenvoudige constructies correct, maar maakt stelselmatig elementaire fouten.
  • Vertelt een verhaal, ook al is het een simpele opsomming van punten, maar niet noodzakelijkerwijs verbonden door verwijswoorden, voegwoorden of rangtelwoorden.
  • Heeft een uitspraak die over het algemeen voldoende helder is om te worden verstaan, ondanks een merkbaar buitenlands accent (maar gesprekspartners zullen af en toe om herhaling moeten vragen).
  • Formuleert stukjes zin over concrete, alledaagse onderwerpen met voldoende gemak in korte interacties. Er zijn regelmatig duidelijke aarzelingen, pauzes en valse starts.
Naar boven

Gesprekken voeren

Op dit niveau worden de vaardigheden spreken en gesprekken voeren samen in deel C getoetst.

Voorbeelden: gesprek bij de dokter, praatje houden, toast op verjaardagsfeest ...

Naar boven